Kroon

mannelijk/vrouwelijk (de)/kron/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel, adel (hoofddeksel), (adel) hoofddeksel dat door een vorst [1] gedragen wordt
    De koning droeg zijn kroon.
  2. figuurlijk, adel (figuurlijk), (adel) metafoor voor de “vorst”
    Daarvoor is toestemming van de kroon noodzakelijk.
  3. figuurlijk (figuurlijk) iets wat belangrijk of het belangrijkste is, vooral gebruikt in samenstellingen
    De kroongetuige bleek niet betrouwbaar te zijn.
  4. figuurlijk, tandheelkunde (figuurlijk)(tandheelkunde) verwijzing naar de vorm van [1]
    Hij heeft een kroon in zijn gebit.
    Ik heb kiespijn,’ zegt Jan Mulder aan de telefoon. ‘Er is een kroon uitgevallen. Een zenuw is ontstoken, drie kronen moeten worden vervangen en aan de andere kant zit een gaatje, dus eten lukt me alleen nog met de voortanden.’ de Volkskrant Nathalie Huigsloot25 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/mensen/op-bezoek-bij-de-picasso-van-winschoten-soms-twijfel-ik-eraan-of-er-niet-meer-in-had-gezeten-~bfc03c89/ interview Jan Mulder]
  5. financieel (financieel) benaming voor verschillende munteenheden gebruikt in Denemarken, IJsland, Noorwegen, Tsjechië en Zweden
    Als ingenieur in dienst van de Noorse staat zou zijn loon 600 Noorse kronen per jaar zijn geweest plus vrije kost en inwoning, dat wilde zeggen het recht om te wonen zoals hij nu woonde maar dan met zes of zeven meter hoge sneeuwhopen voor het huis.
  6. numismatiek (numismatiek) munstuk met de waarde van 1 kroon
  7. een lichtbron bestaande uit een krans van lichtbronnen
    Na het aansteken de kaarsen werd de kroon weer opgehesen.

Etymologie

*Van het Latijnse corona.

Uitdrukkingen

  • De kroon spannenEen echte uitblinker zijn, de beste in iets zijn
  • De kroon op iets zettenIets heel goed afmaken|
  • De kroon op het werkHet hoogtepunt van iets wat zorgvuldig in elkaar is gezet, of van iemands arbeidzame leven
  • Naar de kroon stekenBeconcurreren om een overheersende positie
  • Onder de kroon staan vanGeregeerd worden door

Vertalingen

Engelscrown, chandelier
Franscouronne, lustre
DuitsKrone, Kronleuchter
Spaanscorona
Italiaanscorona
Portugeescoroa
Russischкорона
Chinees
Japans王冠
Koreaans크라운
Arabischتاج
Poolskorona, żyrandol
Zweedskrona
Deenskrone