Kunnen

/ˈkʏnə(n)/

Wat is de betekenis van Kunnen?

Kunnen betekent: (modl), (ov), (inerg) in staat zijn, het vermogen hebben tot iets

Betekenis

werkwoord
  1. modl, ov, inerg (modl), (ov), (inerg) in staat zijn, het vermogen hebben tot iets
  2. modl (modl) het intrinsieke vermogen, de eigenschap, aanleg, neiging, geschiktheid e.d. voor iets bezitten
  3. modl (modl) mogelijkerwijs in een bepaalde veronderstelde toestand verkeren
  4. modl (modl) in de gelegenheid zijn
  5. onpr (onpr) mogelijk zijn
  6. modl, pregnant (modl), (pregnant) zichzelf tot verbazing van de spreker ergens toe weten te zetten
  7. modl, pregnant (modl), (pregnant) drukt het geoorloofd, betamelijk, gepast e.d. van iets zijn uit
  8. modl (modl) ± mogen [1]/moeten
  9. ov, informeel (ov), (informeel) kennen (deze oorspronkelijke betekenis werd in het Noord-Nederlands al vanaf de 17e eeuw door "kennen" verdrongen)

Voorbeelden van "Kunnen" in een zin

  • Dat kan hij best.
  • Kun je niet slapen?
  • De motor kan vaak meer dan dat je denkt.[http://www.moto-sportivo.nl/Mototalk/verhalen/Steppie%20aan%20de%20grond.html Steppie aan de grond.....], Moto Sportivo
  • Pas op, dat kan breken.
  • Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.

Betekenis en uitleg van Kunnen

Het woord 'kunnen' verwijst naar de mogelijkheid of capaciteit om iets te doen. Het impliceert niet alleen de vaardigheid, maar ook de toestemming of gelegenheid om een handeling te verrichten.

'Kunnen' wordt vaak gebruikt om aan te geven wat iemand in staat is te doen, zowel fysiek als mentaal. Het kan ook duiden op de mogelijkheid in bredere zin, zoals het hebben van de tijd of de middelen. In gesprekken kan het een uitnodiging zijn om iets te proberen of kan het beperkingen aangeven.

Voorbeelden

  • Ik kan goed koken, maar vandaag heb ik geen tijd om te experimenteren.
  • Kun je me helpen met mijn huiswerk? Ik begrijp het niet zo goed.
  • Als het weer meewerkt, kunnen we morgen een lange fietstocht maken.

Woordoorsprong

Het woord 'kunnen' stamt af van het Oudnederlands 'kunnen', dat verwant is aan het Duitse 'können' en het Engelse 'can'.

Veelgestelde vragen over Kunnen

Wat is de betekenis van Kunnen?

Kunnen betekent: (modl), (ov), (inerg) in staat zijn, het vermogen hebben tot iets

Hoeveel betekenissen heeft Kunnen?

Kunnen heeft 9 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je Kunnen in een zin?

Voorbeeld: “Dat kan hij best.

Etymologie

:Latijn: gnōscere

Uitdrukkingen

  • bergen kunnen verzettenveel (in hoeveelheid) werk kunnen doen
  • de eigen boontjes kunnen doppenandermans hulp niet nodig hebben of vinden
  • de toets der kritiek kunnen doorstaanaan alle eisen voldoen
  • de zon in het water kunnen zien schijnenblij kunnen zijn met de voorspoed van een ander, niet jaloers zijn
  • door een ringetje kunnen halener goed verzorgd uit zien
  • een potje kunnen breken bijniet gauw boos maken
  • een puntje kunnen zuigen aaneen voorbeeld kunnen nemen aan
  • een schop van een ezel kunnen verdragenkunnen verdragen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft

Vertalingen

Engelscan, be able to
Franspouvoir
Duitskönnen, weg können
Spaanspoder
Italiaanspotere
Poolsmóc