La

mannelijk/vrouwelijk (de)/la/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) de zesde muzieknoot in de toonladder
    De melodie maakte een sprong van do naar la.
zelfstandig naamwoord
  1. een platte uitschuifbare bak in een meubelstuk, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen
    Hij leunde achterover en rommelde wat in de la van de buffetkast achter hem.
    Hij legde het afgedroogde bestek in de ene la en de onderzetters in de andere.
    De boomgaard was onderweg naar Galerie Schloss in de Rue de la Paix in Parijs.

Etymologie

*[B] verkorting van Middelnederlands "lade"

Vertalingen

Engelsla
Fransla
DuitsLa
Spaansla