Lange
mannelijk (de)/ˈlɑŋə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand met een lichaamslengte die opvallend meer dan gemiddeld is"Ik heb Kjell net in de kleedkamer niet bij elkaar hoeven rapen. Die lange is mentaal zeer sterk. Hij is rustig en nuchter. Hij zal hiervan leren op weg naar de top", zei Ten Hag op zijn persconferentie in de Johan Cruijff ArenA.
- aanzienlijke hoeveelheid (in onderstaande uitdrukkingen)
- aanzienlijke tijdsduur (in onderstaande uitdrukkingen)
Etymologie
Vandaag verschijnt op Videoland een documentaire over TMF. Daarin komt ook de schaduwkant van het succes naar voren. Verschillende vj's van toen zeggen dat ze een burn-out kregen van de lange werkweken die ze moesten maken.
Uitdrukkingen
- lange tenen hebben
- lange vingers hebben
- een lange arm hebben
- een lange neus maken
- op de lange baan schuiven
- met lange tanden eten
- het zijn niet allen koks die lange messen dragen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek