Lei

mannelijk/vrouwelijk (de)/lɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plat stuk van leisteen
  2. een schrijfplank van leisteen; schrijflei
  3. een dakpan van leisteen; daklei
zelfstandig naamwoord
  1. sloot, waterleiding
  2. (België) doorgang, laan
  3. teugel

Etymologie

* [C] van "lei"

Uitdrukkingen

  • met schone lei beginnen.een geheel nieuw begin met iets maken.
  • het liep van een leien dakje

Vertalingen

Engelsslate, roof slate
Fransardoise, ardoise
DuitsSchiefertafel, Dachschiefer
Spaanspizarrón
Italiaanslavagnetta, tegola d'ardesia
Portugeesardósia, lousa, ardósia
Russischши́ферная плита́
Zweedsgriffeltavla