Lei
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plat stuk van leisteen
- een schrijfplank van leisteen; schrijflei
- een dakpan van leisteen; daklei
zelfstandig naamwoord
- sloot, waterleiding
- (België) doorgang, laan
- teugel
Etymologie
* [C] van "lei"
Uitdrukkingen
- met schone lei beginnen. — een geheel nieuw begin met iets maken.
- het liep van een leien dakje
Vertalingen
Engelsslate, roof slate
Fransardoise, ardoise
DuitsSchiefertafel, Dachschiefer
Spaanspizarrón
Italiaanslavagnetta, tegola d'ardesia
Portugeesardósia, lousa, ardósia
Russischши́ферная плита́
Zweedsgriffeltavla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek