Lessen
/ˈlɛsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met vocht de dorst beëindigenDe regen leste eindelijk de dorst van het wanhopige wild.
- (inerg) (spreektaal) les nemenIn welke auto heb jij gelest?
Etymologie
* In de betekenis van ‘blussen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Vertalingen
Engelsquench, slake
Fransétancher
Duitslöschen
Spaanssaciar
Portugeessaciar
Zweedssläcka
Deensslukke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek