Limburgs
onzijdig (het)/ˈlɪm.bʏrχs/
Wat is de betekenis van Limburgs?
Limburgs betekent: verzamelnaam van een reeks variëteiten van de West-Germaanse taalfamilie, gesproken in Limburg aan beide zijden van de Belgisch-Nederlandse staatsgrens, in de buurt van Budel, de Voerstreek en in Selfkant in Duitsland
Betekenis
eigennaam
- verzamelnaam van een reeks variëteiten van de West-Germaanse taalfamilie, gesproken in Limburg aan beide zijden van de Belgisch-Nederlandse staatsgrens, in de buurt van Budel, de Voerstreek en in Selfkant in Duitsland
bijvoeglijk naamwoord
- verwant aan of met betrekking tot Limburg of de Limburgse taal
Voorbeelden van "Limburgs" in een zin
- Hij heeft een Limburgs accent.
Etymologie
Afgeleid van Limburg met het achtervoegsel -s.
Vertalingen
afLimburgs
Deenslimburgisk
DuitsLimburgisch
EngelsLimburgish, Limburgic, Limburgan, Limburgian
folimburgiskt
filimburgi
Franslimbourgeois
fyLimburgsk, Limburchsk
islimburgíska
Italiaanslimburghese
laLimburgica
liLimbörgs, Lèmburgs, Lèmbörgs, Lèmbörgsj, Limburgs
ndsLimborgsch, Limbörgs
frrLimborags
pflLimburgisch
Poolslimburgijski
Russischлимбургский
stqLimbuurchsk
scoLimburgic, Limburgish, Limburgian
sklimburčina
cslimburština, limbursky
vlsLimburgs
zeaLimburgs
Zweedslimburgiska
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek