Lint
onzijdig (het)/lɪnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) lange, smalle strook stofDe politie heeft de plaats van het ongeluk met een lint afgescheiden.De Trippelbandet (de drie linten) zoals ze dat zelf noemde, had ze samen met haar twee honden binnen een jaar voltooid.
- vaak korte strook stof in voorgeschreven patroon en kleur waaraan een onderscheiding is bevestigdVooral het verkleinwoord lintje heeft als pars pro toto zelf ook de betekenis "onderscheiding" gekregen.De medaille is steeds hetzelfde, maar iedere operatie kent zijn eigen lint.
Etymologie
*van Middelnederlands """ / "lynd", in de betekenis van ‘band’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- door het lint gaan — alle remmingen laten varen
Vertalingen
Engelsribbon
Spaanscinta, cordón, banda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek