Lobelia
mannelijk/vrouwelijk (de)/loˈbelija/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) geslacht van kruidachtige planten uit de klokjesfamilie ()
Etymologie
*(eponiem) in het Neolatijn afgeleid met van de familienaam van de 16e-eeuwse Vlaamse botanist , in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1779
Vertalingen
Spaanslobelia, matacaballos, tabaco de indios
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek