Lot

onzijdig (het)/lɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toevalskans of teken daarvan
  2. noodlot, datgene wat het toeval iemand toebedeelt
    Zij lieten hem aan zijn lot over.
    Tijdens het lopen beluisterde ik veel audioboeken en ik was erg geïnspireerd geraakt door het verhaal van Malala, het 13-jarige meisje uit Pakistan waarin ze het lot beschrijft van meisjes die van het Taliban-regime niet naar school mogen.
  3. spel (spel) bewijs van deelname aan een loterij
    Hij heeft een aantal loten in de staatsloterij gekocht.
  4. handel (handel) vastgelegde hoeveelheid van iets
  5. dierkunde (dierkunde) verzameling exemplaren van een bep. diersoort
    Een lot koeien.
  6. (Vlaams) kavel, perceel
  7. economie (economie) belasting [1] die vooral vroeger werd geheven op woningen en boerderijen
zelfstandig naamwoord
  1. nieuw gegroeide tak aan een boom

Etymologie

* [B] Van het Oudnederlandse *lōt, variant op loot

Uitdrukkingen

  • [2] "noodlot"
  • Zich in zijn lot schikkenZich neerleggen bij een nadelig uitgevallen situatie

Vertalingen

Engelsdestiny, fate
Franssort
DuitsLos, Schicksal
Spaansdestino, hado