Lotus

mannelijk (de)/ˈlotʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort waterplant met fraaie bloemen,
    De bloem van de lotus symboliseert goddelijke geboorte en zuiverheid.

Etymologie

*via Latijn """ van "λωτός" (lootós), in de betekenis van ‘waterlelie’ aangetroffen vanaf 1608