lucifer

mannelijk (de)/ˈlysiˌfɛr/

Wat is de betekenis van lucifer?

lucifer betekent: een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken

Voorbeelden van "lucifer" in een zin

  • De lucifer knakte, maar de jongen probeerde hem toch nog aan te ontvlammen.

Betekenis en uitleg van lucifer

Een lucifer is een klein, houtachtig stokje dat aan één kant is bedekt met een speciale chemische stof, waardoor het kan branden als je het over een ruwe ondergrond wrijft. Het wordt vaak gebruikt om een vlam aan te steken, bijvoorbeeld voor een kaars of een haardvuur.

Je gebruikt het woord 'lucifer' meestal in de context van aansteken, zoals bij het aansteken van een kaars tijdens een romantisch diner of om een barbecue te beginnen. Het heeft een praktische functie, maar kan ook symbolisch worden gebruikt, bijvoorbeeld om een nieuw begin aan te duiden. Mensen associëren het vaak met warmte en gezelligheid.

Voorbeelden

  • Toen de stroom uitviel, pakte ik een lucifer om de kaarsen aan te steken.
  • Met een lucifer in zijn hand, stond hij klaar om het kampvuur te ontsteken.
  • Ze gebruikte een lucifer om de oude, versleten haard aan te steken en de kamer te vullen met warmte.

Woordoorsprong

Het woord 'lucifer' komt van het Latijnse 'lucifer', wat 'lichtbrenger' betekent. Deze oorsprong verwijst naar de functie van de lucifer om vuur en daarmee licht te creëren.

Veelgestelde vragen over lucifer

Wat is de betekenis van lucifer?

lucifer betekent: een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken

Welk woordgeslacht heeft lucifer?

lucifer is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je lucifer in een zin?

Voorbeeld: “De lucifer knakte, maar de jongen probeerde hem toch nog aan te ontvlammen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vlamhoutje’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelsmatch
Fransallumette
DuitsStreichholz
Spaanscerilla
Italiaansfiammifero
Portugeespalito de fósforo
Poolszapałka
Zweedständsticka
Deenstændstik