Maas

mannelijk/vrouwelijk (de)/mas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. visserij (visserij) een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaat
    De mazen van het net waren dusdanig beschadigd dat het net geboet moest worden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘oog in netwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1301

Vertalingen

Engelsmesh
Spaansmalla, nudo corredizo