Maas
mannelijk/vrouwelijk (de)/mas/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (visserij) een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaatDe mazen van het net waren dusdanig beschadigd dat het net geboet moest worden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘oog in netwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Vertalingen
Engelsmesh
Spaansmalla, nudo corredizo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek