mammon
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɑmɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) god van het geld, vermogen, rijkdom, bezittingen
Etymologie
* Herkomst: Aramees (vernederlandste vorm)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Herkomst: Aramees (vernederlandste vorm)