Master
mannelijk (de)/'mɑːstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- meester
- heerser
zelfstandig naamwoord
- graad die aangeeft dat iemand een masteropleiding heeft voltooid aan een universiteit of hogeschool
Etymologie
*Afkomstig van het Engels.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek