Merel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmerəl/
Wat is de betekenis van Merel?
Merel betekent: (zangvogels) bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, , uit de familie van de lijsters
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, , uit de familie van de lijsters
Voorbeelden van "Merel" in een zin
- Wij hebben de laatste tijd veel merels in de achtertuin.
- Pierewiet. Pierewiet. Het lied met pierewiet gaat over een merel in de lente. Dat mag best, nu de lente in het jasje van de herfst is gaan wonen. Samuel heeft geregeld muziektherapie en voor woorden als pierewiet, zeker bij herhaling uitgesproken, kun je hem wakker maken. Mooie, grappige klank. De herhaling van de ie, de rollende r. Hij lacht uitbundig bij een gezongen pierewiet. Nog een keer, dat refrein. En nog eens.
Etymologie
*via Middelnederlands "merle" van Latijn "merula", in de betekenis van ‘zangvogel’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelsblackbird
Fransmerle
DuitsAmsel
Spaansmirlo
Italiaansmerlo
Portugeesmelro
Russischдрозд
Chinees烏鶇
Japansクロウタドリ
Koreaans대륙검은지빠귀
Arabischشحرور
Turkskaratavuk
Poolskos zwyczajny
Zweedskoltrast
Deenssolsort
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek