Mortel

mannelijk (de)/ˈmɔrtəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) mengsel waarmee wordt gewerkt (zoals bij metselen, stukadoren, pleisteren)

Etymologie

*via Middelnederlands "morter" van Latijn "mortarium", in de betekenis van ‘metselspecie’ aangetroffen vanaf 1240

Vertalingen

Engelsmortar
Spaansargamasa, forja, mortero