Noorden
onzijdig (het)/ˈnordə(n)/
Wat is de betekenis van Noorden?
Noorden betekent: (windstreek) een van de windstreek, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (windstreek) een van de windstreek, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant
- gebied dat aan de noordkant van iets ligt
Voorbeelden van "Noorden" in een zin
- Het leven was heerlijk overzichtelijk, ik wist precies wat ik elke dag moest doen: opstaan, eten en de trail naar het noorden volgen.
- Zo zou hij naar het noorden zijn getrokken om zich bij de republikeinen aan te sluiten toen Franco's troepen vanuit het zuiden oprukten.
- Gedurende het dappere maar zinloze verzet brachten ze drie Duitse kruisers en meerdere torpedojagers tot zinken, vooral in het noorden leden de Duitsers zware verliezen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘recht tegenover het zuiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsnorth
Fransnord
DuitsNorden
Spaansnorte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek