Oester

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈustər/

Wat is de betekenis van Oester?

Oester betekent: (voeding) (tweekleppigen) weekdier uit de familie , gewoonlijk eetbaar, met één platte en één bolle schelp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, tweekleppigen (voeding) (tweekleppigen) weekdier uit de familie , gewoonlijk eetbaar, met één platte en één bolle schelp

Voorbeelden van "Oester" in een zin

  • Oesters leven op vele verschillende plekken.

Betekenis en uitleg van Oester

Een oester is een schelpdier dat vaak in zout water leeft en bekend staat om zijn unieke smaak en textuur. Deze schelpen bevatten soms een parel, wat ze extra bijzonder maakt. Oesters worden vaak rauw gegeten als een delicatesse, maar kunnen ook gekookt worden.

Het woord 'oester' gebruik je vaak in culinaire contexten, vooral wanneer je het hebt over luxe gerechten of speciale gelegenheden. Oesters worden vaak geserveerd op feestelijke evenementen en zijn een populaire keuze in restaurants aan de kust. De nuance van het woord kan ook verwijzen naar exclusiviteit en verfijning, aangezien oesters vaak als een luxeproduct worden beschouwd.

Voorbeelden

  • Tijdens het diner bestelden we een plateau met oesters, wat de perfecte start van de avond was.
  • De oesters die ze op de markt verkochten, waren vers en afkomstig uit lokale kweekbedden.
  • Ze vertelde me dat ze nog nooit oesters had gegeten, maar dat ze nieuwsgierig was naar de smaak.

Woordoorsprong

Het woord 'oester' komt van het Oudfranse 'oistre', dat verwant is aan het Latijnse 'ostrea', wat ook een soort schelp betekent.

Veelgestelde vragen over Oester

Wat is de betekenis van Oester?

Oester betekent: (voeding) (tweekleppigen) weekdier uit de familie , gewoonlijk eetbaar, met één platte en één bolle schelp

Welk woordgeslacht heeft Oester?

Oester is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je Oester in een zin?

Voorbeeld: “Oesters leven op vele verschillende plekken.

Etymologie

*via Middelnederlands """ en Latijn "ostrea" / "ostreum" van "ὄστρεον" (óstreon) "oester, schelp", in de betekenis van ‘gewoonlijk eetbaar, tweekleppig weekdier’ aangetroffen vanaf 1287

Vertalingen

Engelsoyster
Franshuître, huitre
DuitsAuster
Spaansostra
Italiaansostrica
Portugeesostra
Russischустрица
Chinees牡蛎
Japansカキ, 貝
Koreaans모려
Arabischمَحَارة
Turksistiridye
Poolsostra
Zweedsostron
Deensøsters