Pallieter

mannelijk (de)/pɑˈlitər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die probeert zoveel mogelijk vreugde te beleven
    Koga laat veel onderdelen naar eigen kwaliteitseisen ontwerpen. Ik ben geen zwoeger maar een pallieter. Het mooie is dat een buitenstaander op het eerste gezicht niet ziet dat ik ‘elektrisch’ ga. NRC Peter Winnen 27 maart 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/03/27/kloeke-injectie-in-de-benen-11510800-a179301 Kloeke injectie in de benen]
    Op weg naar de start in Millau kwam Eric Vanderaerden aanlopen, een telefoon aan zijn oor, zijn gezicht geplooid. We knikten beleefd, als heren. Direct dacht ik aan vroeger, toen alles anders was en Vanderaerden nog ‘ne pallieter van een Vlaamse coureur’. Hij kon zich misdragen als de betere rockster. Hij had zijn beste dagen bij Panasonic, onder Peter Post en daarna bij Buckler en WordPerfect, onder Jan Raas. Hem te beteugelen, het was ondoenlijk. HP de Tijd Jeroen Wielaert 23 juli 2018 [https://www.hpdetijd.nl/2018-07-23/ouderwets-tourwatchen-blondin/ Ouderwets Tourwatchen voor beginners]

Etymologie

*(eponiem) dat verwijst naar de hoofdpersoon uit de roman van de 20e-eeuwse Vlaamse auteur