Panama
mannelijk (de)/ˈpɑnama/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) type van hoed gevlochten uit de bladeren van de
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘strooien hoed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1856
Vertalingen
Engelspanama, panama hat
Franspanama
DuitsPanamahut, Panama
Spaanspanamá, jipijapa
Italiaanspanama
Zweedspanamahatt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek