Pasen
onzijdig (het)/ˈpasə(n)/
Wat is de betekenis van Pasen?
Pasen betekent: (religie) (feest) het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (feest) het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
Voorbeelden van "Pasen" in een zin
- Pasen wordt gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente.
Etymologie
* Van Hebreeuws Pesach (overslaan), een verwijzing naar het bijbelverhaal in Exodus 12 (specifiek vers 23 en 27).
Uitdrukkingen
- wanneer Pasen en Pinksteren op één dag vallen — nooit
Vertalingen
EngelsEaster
FransPâques
DuitsOstern
SpaansPascua
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek