Pimpelmees
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɪmpəlˌmes/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaalde mezensoort,
Etymologie
* In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Vertalingen
Engelsblue tit
Fransmésange bleue
DuitsBlaumeise
Spaansherrerillio común, alionín
Poolssikora modra
Zweedsblåmes
Deensblåmejse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek