Plaats
mannelijk/vrouwelijk (de)/plats/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimteDe plaats van het ongeval bleef wekenlang afgespannen met politielint.Er was geen plaats voor hem om te gaan zitten.
- een pleinIk ontmoette hem op de meest centrale plaats van het dorp.
- een dorp of stad (woonplaats)De plaats waar hij vandaan kwam, bleef lange tijd een vraagteken voor zijn klasgenoten.
- een kleine ruimte achter een huisOp het plaatsje kwam helemaal geen zon.
Etymologie
:: بلاط, : piazza, : praça, : plaza, : plaz
Uitdrukkingen
- in plaats van — als vervanging van
- op zijn plaats
- ter plaatse
- De juiste man op de juiste plaats zijn — zeer geschikt zijn voor het werk
- Een goed woord vindt altijd een goede plaats
- Het hart op de rechte plaats hebben — eerlijk zijn
- Iemand op zijn plaats zetten — Iemand terechtwijzen [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1709.phpv1657 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsplace, court, courtyard
Fransplace, localité
DuitsPlatz, Platz, Ortschaft
Spaanslocalidad, lugar, sitio
Russischместо, площадь, поселение
Poolsmiejsce, plac, miejscowość
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek