Prince
mannelijk (de)/ˈprɛ̃sə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dichtkunst) aanhef van de slotstrofe, zoals die traditioneel in een rederijkersgedicht voorkomtNa drie strofen waarin de opgegeven vraag is behandeld, volgt nog een vierde: de prince. De dichter richt zich hierin tot de aanwezigen.
Etymologie
*van "prince", de titel van het hoofd van een rederijkerskamer, doorgaans de voornaamste financier, omdat het oorspronkelijk gebruik was de slotstrofe van een rederijkersgedicht aan hem op te dragen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek