Rats
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɑts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding), (informeel) opnieuw opgediende kliekjes van vorige dagenLou Bandy zong van rats, kuch en bonen.
- (informeel) rommel, afvalGooi die hele rats maar weg.
Etymologie
* Verkorting van ratjetoe, verder te herleiden tot het Franse ratatouille. De herkomst is daarmee hetzelfde als van tasten. In de betekenis van ‘gerecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1883
Uitdrukkingen
- In de rats zitten — Angstig of bezorgd zijn
- arts, sart, star, tras, tra's
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek