Reiger
mannelijk (de)/ˈrɛiɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roeipotigen) benaming voor ooievaarachtige watervogels uit de familie , met lange poten en spitse snavel
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "reiger" / "reigher" van Oudnederlands "regero", als deel van namen aangetroffen vanaf 1185, in de betekenis van ‘reigerachtige’ aangetroffen vanaf 1285
Vertalingen
Engelsheron
Franshéron
DuitsReiher
Spaansgarza
Italiaansairone
Russischцапля
Japans鹭属
Turksbalıkçıl
Poolsczapla
Zweedshäger
Deenshejre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek