Reling

mannelijk/vrouwelijk (de)/relɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een leuning boven de verschansing die een scheepsdek omgeeft
    De reling verhinderde haar overboord te springen.

Etymologie

*afgeleid van het Engelse railing ()

Vertalingen

Engelsrail
Fransrambarde, bastingage
DuitsReling
Spaansborda, empalletado
Zweedsräcke
Deensræling