Romeinen
/roˈmɛinə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- volk dat rond het begin van de westerse jaartelling een rijk vormde dat alle gebieden rond de Middellandse Zee omvatteJudea, zomer 132 n.Chr.: de Joden komen in opstand tegen de Romeinen.
- (religie) boek in het Nieuwe Testament in de vorm van een brief van Paulus aan de christenen in RomeVan het totale 'corpus paulinum', zoals het heet, zijn maar zeven brieven authentiek: Romeinen, 1 en 2 Korinthiers, Galaten, Filippenzen, 1 Tessalonicenzen en Filemon.
Etymologie
*: (verkorting) van De brief (van Paulus) aan de Romeinen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek