Roosteren
/ˈrostərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (kookkunst) in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
- (ov), verkeerstechniek iets op een rooster of raster plaatsen
Etymologie
* vermoedelijk afgeleid van "rooster" , in de betekenis van ‘op een rooster braden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1715
Vertalingen
Engelsgrill, roast
Fransgriller
Duitsrösten
Spaansemparrillar, asar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek