Ruis

mannelijk (de)/rœys/

Wat is de betekenis van Ruis?

Ruis betekent: structuurloos en voortdurend geluid dat een continuüm van toonhoogten bevat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. structuurloos en voortdurend geluid dat een continuüm van toonhoogten bevat
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) bepaald soort zoetwatervis,

Voorbeelden van "Ruis" in een zin

  • De zender is uitgevallen en nu hoor je alleen maar ruis.

Etymologie

* [2]: herkomst onzeker, mogelijk een (verkorting) van "ruisvoorn" of direct afgeleid uit een oud woord voor riet

Uitdrukkingen

  • ruis op de lijn

Vertalingen

Engelsnoise
Fransbruit
DuitsRauschen, Störgeräusch