Sleedoorn

mannelijk (de)/ˈsledorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant met blauwe vruchten, uit de rozenfamilie
    De vruchten van de sleedoorn worden wel tot jam of sterke drank verwerkt, maar ze zijn erg sleeuw.
    Sleedoorn, een heester, wordt veel langs wegen en bosranden geplant.

Etymologie

*van Middelnederlands "sleedorn", in de betekenis van ‘soort heester’ aangetroffen vanaf 1225, op te vatten als

Vertalingen

Engelssloe, blackthorn
Fransprunellier