Smaragd

/smaˈrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mineraal (n) (mineraal) een variëteit van beril die geldt als de edelste steen uit de berylgroep met chemische formule Be3Al2(SiO3)6,
  2. (m) een edelsteen bestaande uit het mineraal [1]
    Het was een halsketting met afwisselend grote smaragden en kleine sterrenformaties van briljanten, allemaal fonkelend alsof ze nieuw waren, hoewel het sieraad uit de vroege negentiende eeuw moest komen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘edelgesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1475

Vertalingen

Engelsemerald
Fransémeraude
DuitsSmaragd
Spaansesmeralda