Spike
mannelijk (de)/spɑjk/
Wat is de betekenis van Spike?
Spike betekent: (sport) (atletiek) een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (atletiek) een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
- (sport) (atletiek) sportschoen met metalen punten onder de zool
- (sport) (nordic walking) punt onderaan de wandelstok
- (kleding) metalen punten die uitsteken als stoere versiering
- (muziek) kegelvormig pootje onder luidsprekerboxen
Voorbeelden van "Spike" in een zin
- De ontwikkeling van de superschoen alleen al koste anderhalf miljoen dollar. Het vernuftige eraan is dat noppen van speciaal hard plastic de gebruikelijke keramische spikes hebben vervangen.
- Bij de den 2en Pinksterdag in het Stadion gehouden wedstrijden beweerden verschillende springers last van uitglijden te hebben. Het bleek ons evenwel, dat die deelnemers op gewone loopschoenen springen. Laten wij er nog eens op wijzen, dat een spike in elk der hakken bij het springen absoluut noodig is.
- "Ik verstapte me op een oneffen stuk," aldus Smits, "mijn rechter spike kwam toen tegen de linkerknie aan. (…)"
- De heer Zwart kon zeer zeker over zijn debuut tevreden zijn, en als hij wat gewend is aan het loopen op spikes, zal hij ongetwijfeld nog heel wat hooger springen.
- Bij het lopen op een harde ondergrond, zoals op stoeptegels en asfalt, kun je de metalen spike niet in de ondergrond prikken. De spike heeft dan onvoldoende grip op de ondergrond. In dat geval moet je op de spike een rubberen dop zetten.
Etymologie
*van "spike"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek