Staten

meervoud/ˈstatə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, regering, politiek (geschiedenis) (regering) (politiek) gewestelijke standenvergadering (volksvertegenwoordiging), oorspronkelijk bestaande uit de drie standen: adel, geestelijkheid en burgerij (van steden)

Etymologie

* van Middelnederlands "staten", leenvertaling van "états" in de betekenis "standen" aangetroffen vanaf 1385