Statenbijbel

mannelijk (de)/ˈstatə(n)ˌbɛibəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gedrukt exemplaar van de Statenvertaling
    Wel had hij een statenbijbel bij zich, die hij als onderpand gaf om thuis geld te gaan halen.

Etymologie

* van Statenbijbel, volgens de spellingregels worden de namen van heilige teksten van een geloof met een hoofdletter gespeld, maar woorden die een exemplaar van die tekst aanduiden met een kleine letter.