Statenlid

onzijdig (het)/ˈstatə(n)ˌlɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) (Nederland) iemand die lid is van de provinciale volksvertegenwoordiging
    In zijn ontslagbrief aan de Limburgse commissaris van de koning schrijft het Statenlid: „Ondanks de voor mijn partij succesvol verlopen formatieperiode, het grote politieke potentieel voor mijn partij binnen het Limburgs Parlement, zie ik momenteel te weinig aanknopingspunten hier zelf een verdere rol van betekenis in te spelen. (…)"
    Een Statenlid moet als lid van een besluitvormend orgaan, Provinciale Staten, ook antwoorden geven in de vorm van eigen voorkeuren.
  2. politiek (politiek) (Aruba, Curaçao, Sint Maarten) lid van de volksvertegenwoordiging
    Drie Statenleden binnen de coalitie van premier Marlin zijn in feite overgestapt en hebben een nieuwe meerderheid gevormd met oppositiepartij UP. Het gaat om de twee zetels van de Democratic Party van parlementsvoorzitter en oud-premier Sarah Wescot-Williams en het Statenlid Chanel Brownbill van Sint-Maarten United.
    Het lijkt een kwestie van tijd of het kabinet-Schotte komt ten val. Nadat eerder het Statenlid Eugene Cleopa van coalitiepartner MAN zijn vertrouwen in de regering opzegde, volgde deze week Dean Rozier, nota bene de fractieleider van Schottes partij MFK. Het kabinet heeft zo geen meerderheid meer in de Staten en kan die ook niet verwerven door de eenmansfractie FOL van Anthony Godett de coalitie in te lokken.
  3. politiek, geschiedenis (politiek) (geschiedenis) (Suriname, Nederlandse Antillen) lid van de volksvertegenwoordiging
    Vreede werd vier maal gekozen tot Statenlid namens de NPS voor de kieskring Brokopondo.