T-bonesteak

mannelijk (de)/ˈtibonˌstek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) spierweefsel aan een stuk rugwervel uit de dunne lende van een rund, dat culinair hoog gewaardeerd wordt
    Volgens de een moet je zo weinig mogelijk koolhydraten eten, volgens de ander juist veel koolhydraten, of honderd procent veganistisch, of dagelijks een T-bonesteak gebakken in roomboter. Dan word je moeiteloos slank en gezond.

Etymologie

*van "T-bone steak" "rundvlees aan een stuk lendenwervel dat de vorm van een T heeft", met één koppelteken en verder aaneengeschreven volgens