Taling
mannelijk (de)/ˈtalɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eendvogels) benaming voor kleine vogels uit het geslacht , ofIn Nederland worden regelmatig twee soorten talingen waargenomen.
Etymologie
*van Middelnederlands "talinc", in de betekenis van ‘eendachtige’ aangetroffen vanaf 1378
Vertalingen
Engelsteal
Spaanscerceta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek