Tam

/tɑm/

Wat is de betekenis van Tam?

Tam betekent: gewend aan omgang met mensen

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. dierkunde_in_het_nederlands gewend aan omgang met mensen
  2. figuurlijk_in_het_nederlands saai, slaapverwekkend

Voorbeelden van "Tam" in een zin

  • Zij hadden een tamme kraai.

Etymologie

In de betekenis van ‘niet wild’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Vertalingen

Duitszahm