Thora
vrouwelijk (de)/ˈtora/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- exemplaar van de Thora, het heilige boek van het jodendomOm de thora zit een speciaal gemaakt fluwelen 'manteltje'.
Etymologie
* van תּוֹרָה (tora) "wat onderwezen wordt, leer, instructie"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek