Tijm
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor verschillende kruidachtige of houtachtige planten met een zeer aromatische geur uit het geslacht in de lipbloemenfamilie ()
- (plantkunde) benaming voor , die de basis vormt van het keukenkruid ()
- (kruid) blaadjes, vers of gedroogd, van , gebruikt om (Mediterrane) gerechten te kruiden
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Vertalingen
Engelsthyme
Fransthym
DuitsThymian
Spaanstomillo
Italiaanstimo
Portugeestimo, tomilho
Russischтимьян
Chinees麝香草
Japansタイム
Koreaans백리향
Arabischالزعتر
Turkskekik
Poolstymianek
Zweedstimjan
Deenstimian
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek