Tis
mannelijk (de)/tɪs/
Wat is de betekenis van Tis?
Tis betekent: (verouderd) ineengevlochten of verwarde vezels
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) ineengevlochten of verwarde vezels
Voorbeelden van "Tis" in een zin
- Het garen is in de tis.
- Wat hier in de war is, zal die wel uit de tis weten te halen.
Etymologie
*verwant aan "tezen" (vergelijk "tize" en "tease")
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek