Tis

mannelijk (de)/tɪs/

Wat is de betekenis van Tis?

Tis betekent: (verouderd) ineengevlochten of verwarde vezels

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) ineengevlochten of verwarde vezels

Voorbeelden van "Tis" in een zin

  • Het garen is in de tis.
  • Wat hier in de war is, zal die wel uit de tis weten te halen.

Etymologie

*verwant aan "tezen" (vergelijk "tize" en "tease")