Tissen

/ˈtɪsə(n)/

Wat is de betekenis van Tissen?

Tissen betekent: (ov) (verouderd) in de war brengen

Betekenis

werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) in de war brengen
  2. inerg, verouderd, figuurlijk (inerg) (verouderd) (figuurlijk) onenigheid groter maken
  3. erga, verouderd (erga) (verouderd) in de war raken

Voorbeelden van "Tissen" in een zin

  • {{ouds
  • Want terwijl men zit te dubben, en te tissen over duisterheden, die op onze deugdsbetrachting geen invloed altoos hebben, blijft het voornaamste ongedaan, (…)
  • Maar Kees, hoog met zijn knoestig vlashoofd en de schonkschouders boven zijn roeibankje, woelde de lichte riemen snel door de kroostressen, die als siepelende baarden aan zijn spanen bleven tissen.

Etymologie

*: "tis" met uitgang -en