Toon

mannelijk (de)/ton/

Wat is de betekenis van Toon?

Toon betekent: (muziek), (natuurkunde) een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte, een trilling met een frequentie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, natuurkunde (muziek), (natuurkunde) een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte, een trilling met een frequentie
  2. intonatie in de gesproken taal, manier van spreken
  3. sfeer, impliciete boodschap van teksten
  4. het karakteristieke geluid van een stem of instrument
  5. kleurschakering door toevoeging van wit of zwart b.v. halftoon
  6. klemtoon, accent

Voorbeelden van "Toon" in een zin

  • Hij sloeg op de bel en deze weergalmde op heldere toon.
  • Een sarcastische toon.
  • je toon bevalt me niet
  • 'Pardon?' Laurens toon blijft liefjes.
  • de toon was luchtig en soms vrolijk

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klank’ voor het eerst aangetroffen in 1410

Uitdrukkingen

  • de toon was gezetde emotioele stemming was bepaald
  • een toontje lager laten zingenoverwonnen worden
  • uit de toon valleneen uitzondering zijn, niet passen bij de omgeving

Vertalingen

Engelstone
Spaanstono