Tuil
mannelijk (de)/tœyl/
Wat is de betekenis van Tuil?
Tuil betekent: bos bloemen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bos bloemen
- (verouderd) bloemenslinger of bloemenkrans in het haar, vooral gedragen door bruiden
- bloeiwijze waarbij bloemstelen zo in lengte verschillen dat alle bloemen van een tros in één vlak liggen
- (figuurlijk) bos, bundel
- kuif
- (verouderd) dwaasheid, grap, scherts
Voorbeelden van "Tuil" in een zin
- Met de linkerhand legt zij een bloementuil op het graf; in de rechterhand houdt zij een roos en met de rechterarm houdt zij nog een tuil voor haar borst.
- Ik geef je er nog een krans hij van versche rozen! riep de koopvrouw blij en drukte Psyche den tuil op het hoofd.
- De bloemen zijn helder zuiverwit tot crèmewit, enkelvoudig, in tuilen, bundels of in trossen van zes tot twaalf bloemen per tuil, elke bloem met vijf ronde tot ovale petalen; (…)
- Historia heeft aardige nukken: leest Elias in zijn besluitvorming een tuil ‘begripsbepalingen’ samen voor de intrensieke betekenis van de Vlaamse beweging, dan citeert hij b.v. een tekst uit Rudelsheim (…)
Etymologie
*mogelijk van "tūl" "bos (haar)" en verwant aan tuien
Uitdrukkingen
- op de tuil houden
- zijn tuil tuilen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek