Turkoois

/tʏrˈkojs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleur (n) (kleur) kleur van turkoois, blauwgroene kleur
  2. mineraal (n) (mineraal) een bepaald mineraal, een halfedelsteen met een blauwgroene kleur
  3. (m) een steen bestaande uit het mineraal turkoois

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blauwgroen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1626

Vertalingen

Engelsturquoise
Fransturquoise
DuitsTürkis
Spaansazul turquí, turquesa
Italiaansturchese