Turkoois
/tʏrˈkojs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (kleur) kleur van turkoois, blauwgroene kleur
- (n) (mineraal) een bepaald mineraal, een halfedelsteen met een blauwgroene kleur
- (m) een steen bestaande uit het mineraal turkoois
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blauwgroen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1626
Vertalingen
Engelsturquoise
Fransturquoise
DuitsTürkis
Spaansazul turquí, turquesa
Italiaansturchese
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek