Vaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/vart/

Wat is de betekenis van Vaart?

Vaart betekent: voortgang

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortgang
  2. natuurkunde (natuurkunde) opgebouwde snelheid
  3. waterbeheer (waterbeheer) kanaal, bevaarbaar gemaakte watergang
  4. scheepvaart (scheepvaart) het varen, het bedrijven van scheepvaart als beroep
  5. reis, tocht

Voorbeelden van "Vaart" in een zin

  • Er komt niet echt vaart in die plannen.
  • Bij een winkeltje mindert Daniel vaart en vraagt of ik iets wil eten of drinken.
  • Juist als zijn hoepel enige vaart gekregen had, moest hij stilhouden en omkeren.
  • De auto vloog met grote vaart de bocht uit.
  • Er was een vaart langs het pad gegraven, waarin geen water stond.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "vaert" / "vart" van Oudnederlands "farth", van varen (), in de betekenissen ‘snelheid’ en ‘reis, tocht’ aangetroffen vanaf de 10e eeuw

Uitdrukkingen

  • volle vaartmet hoge, ongeremde snelheid
  • met vliegende vaartmet grote snelheid
  • Die appelen vaart, die appelen eetdatgene wat iemand zelf verkoopt eet/gebruikt die ook
  • Hoe vaart ge?
  • Zonder geluk vaart niemand welalleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen

Vertalingen

Engelsspeed, momentum, canal
Fransallure, canal, navigation
DuitsGeschwindigkeit, Kanal, Schifffahrt
Spaansvelocidad, canal, navegación
Italiaansvelocità, canale, navigazione
Portugeesvelocidade, canal, navegação
Zweedsfart, kanal, sjöfart