Valpoort

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. poort die met een naar beneden vallend hek kan worden afgesloten
    Maar in het solarium toverde onze moeder ons Hever weer voor ogen, met zijn slotgracht en valpoort, het binnenplein en de zaal waarin de koning dikwijls had gedineerd, en de lange gaanderij waar hij ons beroemde familielid, de bekoorlijke Anna, het hof had gemaakt.