Valreep

mannelijk (de)/ˈvɑlrep/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een loopplank met leuningen naar een schip
  2. figuurlijk (figuurlijk) op de ~ pas op het laatste moment
    Hij kwam op de valreep aan bij het station zodat hij de trein nog net kon halen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘touwladder om aan boord te klimmen’ voor het eerst aangetroffen in 1612